 Impressie uit Beijing
|
 Beijing oktober 2007
|
|
|
 grote winkelcentra
|
|
|
 donkere straten met woontorens, af en aan lopende mensen.
|
 En opeens hoorden we ergens zingen.
|
 Het bleek een pleintje te zijn, midden tussen de woonflats, het soort pleintjes dat je daar vindt, zoals je dat in Spanje ook hebt. In oktober is het klimaat in Peking mediterraan, overdag zonning en zo'n 20 graden.
|
 Het was al donker. Het plein was schaars verlicht, en had verschillende hoekjes.
|
 In een hoek waren allemaal jongens aan het voetvolleyballen met een soort vergrote shuttle van badminton.
|
 Over het hoofddeel van het plein klonk dansmuziek, en precies één lamp scheen over een menigte mensen die twee aan twee aan het dansen waren. De muziek was niet hard, het schuifelen van de voeten over de stenen klonk haast boven de muziek uit. Mensen van jong tot oud waren daar gedreven aan het dansen.
|
 En dan het zingen waar we op af waren gekomen. Onder een pergola met dak waren wat bankjes, waar een paar mensen zaten, sommigen met een trommel.
|
 Een Chinese dame zong a capella, het klonk als een volksliedje. Een man met een boddhran, een Ierse drum, stond intens mee te leven, en je zag dat zijn duim een zeker ritme op de boddhran realiseerde, maar het was te zwak om te horen. Een hele haag mensen stond erom te luisteren. Toen de dame uitgezongen was, klonk er applaus, en meteen daarna stond iemand anders op en nam het zingen over. Soms vormde zich een duet.
|
 De mensen reageerden enthousiast, er zat leven in hun ogen, herkenning, en goed gevoel.
|
 Wij vroegen ons af: is dit Chinese gospel, want er zat een stuwing in die muziek, af en toe, iets herkenbaars. Of was het een Ierse of Scotse folk-imitatie. Toch was het ook weer te vreemd, te Chinees daarvoor.
|
 Voor ons stonden twee oude mannetjes. De een stootte de ander aan. En jawel, na een paar seconden draaide de ander zich helemaal om, en keek ons recht in de ogen. Ni Hao, zei ik, hallo, en het ondoorgrondelijke Aziatische gezicht opende zich tot een grote lach en een weder Ni Hao.
|
 Ik probeerde om me heen te vragen wat dit allemaal was, maar niemand durfde het Engels aan.
|
 Na een hele tijd luisteren, liepen we weer langs de dansende mensen. Opeens hield de muziek op, en de mensen stopten met dansen, en gingen huns weegs. Terwijl wij ons hardop afvroegen wat dit toch allemaal betekende werden we aangesproken door een oudere man. Zijn Engels was een worsteling, maar de wens tot communiceren was het sterkst. En later kwam er een vrouw bij, die beter Engels sprak. De man was 30 jaar leraar geweest in een NoordOostelijke provincie van China, de vrouw was momenteel lerares Engels.
|
 Zo konden we erachter komen wat hier allemaal gebeurde. Elke avond, al wel tien jaar lang, komen op dat pleintje mensen bij elkaar om te zingen, te spelen en te dansen. De mensen komen allemaal uit de flats eromheen, in steeds wisselende samenstelling. Thuis hebben ze wel televisie, maar dat is toch lang zo leuk niet als dit soort samenkomsten. De zangers zongen Chinese volksliedjes, over liefde, haat, geluk en ongeluk, de dingen van het leven.
|
 Na een heel gesprek namen wij uiteindelijk allerhartelijkst afscheid, met de uitnodiging om vooral volgend jaar weer te komen voor de Olympische spelen. De zangers waren nog steeds volop bezig, en het applaus klonk steeds opnieuw.
|
 Waarom deze sfeertekening?
|
 In Beijing zagen we nauwelijks uitingen van religie.
|
 Nu waren we er maar een week, en we kenden de taal niet, en we wisten niet waar we moesten kijken, en mensen lopen meestal niet met hun religie te koop, maar toch leek er in Beijing een grotere afwezigheid van religie en haar uitingen te zijn dan in zeg Londen of Parijs.
|
 Als je nog nooit vissen hebt gezien, behalve een kom met oranje goudvissen in je eigen huis, dan kan het zijn, dat als je in de zee onder water kijkt, je helemaal geen vissen ziet, omdat je naar oranje verschijnselen zoekt en ze niet ziet. Je mist alle andere vissen.
|
 Als wij contact proberen te maken met religie, kan het zijn dat wij op de uitingsvormen afgaan van de ons bekende, gevestigde religies, en dan geen religie in China vinden, terwijl het zich onder onze neus afspeelt.
|
 Was het dan iets religieus, daar op dat pleintje? Misschien wel, misschien niet, afhankelijk hoe breed je religie ziet.
|
 Rood China
|
 Nog een voorbeeld. Ik las in een tijdschrift iets over de gevoelens van mensen die nu 55 jaar of ouder zijn. Het ging over wat Rood China voor hun betekende. Een standbeeld van Mao bijvoorbeeld.
|
 Het is nu oppassen, want China is niet helemaal een vrij land. Aan tafel kun je zeggen wat je wilt, maar op tv en in de krant moet je oppassen. Hier waren mensen aan het woord, die ver in de diepten van China met hart en ziel hebben meegewerkt om uit een onrechtvaardige, feodale samenleving een maatschappijstructuur op te bouwen die op principes was gebaseerd. En in die strijd was Mao hun icoon, bijna hun heiland. Een oude vrouw, die onlangs pas voor het eerst in Beijing was, en het portret van Mao zag bij het plein van de Hemelse Vrede, kreeg tranen van ontroering.
|
 Nu is rood in China de kleur van liefde, enthousiasme, warmte, en het heeft al eeuwenlang uiterst positieve associaties. Het concept Rood China is een handige zet geweest van de communisten, om zo hun principes te verbinden met de positieve energie die in ruime mate in de Chinese ziel huist.
|
 Ook hier zie ik een gevoel, rituelen, uitingen, die je doorgaans bij religies ziet.
|
 Verbindingsgevoeligheid
|
 In beide voorbeelden zie ik iets gemeenschappelijks, en dat is verbinding.
|
 Op het pleintje waren mensen verbonden door spel, dans, en zang.
|
 Ze waren verbonden met elkaar
|
 met hun buurt
|
 met hun verleden
|
 met hun emoties
|
 In Rood China verbonden mensen hun principes aan hun oersymbolen, en daarmee aan hun gevoelens.
|
 Over onGeloof en Geloof
|
 drie verhaaltjes over bestaan en geloven
|
 geen geloof - geloof - ongeloof
|
 Er was eens een heelalletje
|
 het was opgebouwd uit een klein aantal deeltjes
|
 iets van 10, geloof ik, o nee, 100, he wat, 10 tot de 100ste, ook goed, slechts 10 tot de 100ste deeltjes
|
 die deeltjes gingen met elkaar spelen, maar in het begin maakten ze vooral ruzie
|
 de regels waren erg eenvoudig, en er was geen scheidsrechter
|
 in dat heelalletje onstonden melkwegstelseltjes, en in een daarvan was een zonnetje met een planeetje
|
 en heel eigenwijs planeetje, staalhard van binnen, waterig van buiten
|
 op dat planeetje, in het water, werden nieuwe spelletjes gespeeld door de deeltjes
|
 er ontstonden cellen, en die cellen gingen met elkaar spelen
|
 en de cellen begonnen de spelregels vast te leggen en te onthouden
|
 dat noemden ze erfelijk materiaal
|
 de cellen gingen groepjes vormen, en in die groepjes gingen ze ruilhandelen met dat erfelijk materiaal
|
 zodat je er steeds betere spelletjes in omloop kwamen
|
 sommige groepjes verlieten het water, en begonnen om zich heen te kijken
|
 ze staken voelhorentjes in de lucht, ze begonnen iets van hun omgeving te begrijpen
|
 planten en dieren kwamen er en speelden hun spel
|
 en sommige dieren begonnen heel veel van hun omgeving te begrijpen
|
 zoveel, dat ze overal namen aan gaven, ook aan zichzelf: mensen
|
 de mensen leefden, aten, hadden lief en gingen dood, want het bestaan was hard
|
 maar midden in het harde bestaan werden de gevoeligsten getroffen door iets wat ze heilig vonden
|
 ze noemden het goden, er waren er veel van, alle afkomstig uit dat oerheilige
|
 de mensen kregen het spel met het bestaan beter door, de hardheid verminderde, de gevoeligheid nam toe
|
 opeens waren er groepen die de goden zat waren, en teruggingen naar het heilige, dat ene heilige
|
 dat waren Joden in het westen
|
 en boeddhisten in het oosten
|
 en allerlei zoekers zonder naam
|
 de mensen bleven zoeken en vinden en kwamen steeds meer te weten, over zichzelf en hun wereld
|
 en opeens waren er die dat heilige zat waren, en teruggingen naar de deeltjes, en de regels, en het spel zonder scheidsrechter
|
 deze mensen dachten dat ze de wereld begrepen, dat ze het verst gevorderd waren
|
 maar de top van een piramide kan niet zonder zijn basis:
|
 de atheïst is ook monotheïst
|
 en die is ook polytheïst
|
 de mens is ook dier
|
 en die is ook een stel cellen
|
 een cel is ook een stel moleculen
|
 en die zijn ook opgebouwd uit elementaire deeltjes
|
 een mens speelt al deze spellen
|
 geloof - ongeloof - hergeloof
|
 joden en boeddhisten hebben meer dan 2000 jaar het al eens meegemaakt:
|
 van geloof naar ongeloof naar hergeloof
|
 het geloof was
|
 de bezielde werkelijkheid
|
 de realiteit van hergeboorte
|
 het ongeloof was
|
 de onttovering van de werkelijkheid
|
 het breken van de eindeloze reïncarnatieketen
|
 het hergeloof was
|
 het geloof in die ene God buiten de werkelijkheid
|
 het geloof in die ene Zielskracht binnen je eigen bestaan
|
 nu zitten we opnieuw in zo'n proces
|
 van geloof naar ongeloof naar hergeloof
|
 het geloof was
|
 de autoriteit buiten ons, die ons handelen goedkeurde of afkeurde
|
 het ongeloof is
|
 er is geen autoriteit, we staan er zelf voor
|
 het hergeloof
|
 is nog niet overtuigend aanwezig, maar het draait om
|
 opnieuw aangeven hoe we reageren op ons bestaan
|
 in het licht van de totale menselijke ervaring
|
 die enorm uitgebreid is
|
 door wetenschap
|
 door economie
|
 door culturele kruisbestuiving
|
 verbinden met hier en nu
|
 Het gaat niet om wat wij definiëren als de godsdiensten of religies
|
 Het gaat niet perse om geloof in God of geloof in principes, het gaat om iets dat nog dieper aan de basis van het menselijk bestaan ligt
|
 illustratie:
|
 Boeddha kent iets dat waarachtig goddelijk is, iets ongeborens, ongewordens, ongeschapens. Hij zegt alleen maar wat het niet is, nooit wat het wel is, maar staat met zijn hele wezen in relatie ertoe. Hier is geen godsdienst, geen godskennis maar wel een onmiskenbare religieuze werkelijkheid
|
 Godsverduistering pag 32
|
 volgens Martin Buber
|
 Martin Buber
|
 ik en jij
|
 volgens Buber heeft elk mens twee soorten relaties met wat in zijn leven voorkomt:
|
 ik-het: het andere ervaar ik als ding, als object
|
 ik-jij: het andere ervaar ik als persoon, als subject
|
 deze relaties wisselen elkaar af
|
 soms zie je mensen als dingen, bijvoorbeeld op een vol station als je een zitplaats wilt bemachtigen
|
 of als je het interieur van een vliegtuig ontwerpt, en goochelt met de ruimte om zoveel mogelijk zitplaatsen te realiseren
|
 soms zie je dingen als personen, bijvoorbeeld de auto waar je al jaren in rijdt, en waarvan je het karakter kent
|
 het huis waarin je woont, en dat je hoort kraken in de storm
|
 volgens Buber sta je ook tot grotere gehelen in ik-jij of ik-het verhouding
|
 bijvoorbeeld tot Nederland:
|
 het is nu eenmaal het land waar je woont (ik-het)
|
 het is een land waar je een haat-liefde verhouding mee hebt (ik-jij)
|
 je kunt ook met de werkelijkheid als totaliteit een relatie hebben
|
 als ik-het: je houdt er een wetenschappelijk wereldbeeld op na
|
 als ik-jij: de werkelijkheid is iets waar je je existentieel mee verbonden voelt, je voelt contact tussen je ziel en de werkelijkheid, de werkelijkheid als voedingsbodem van de ziel, de ziel als bouwsteen van die werkelijkheid
|
 dit laatste is voor Buber het rijk van de religie: de ik-jij verhouding met de werkelijkheid
|
 in die verhouding praat je over de werkelijkheid als God
|
 je ervaart zin en betekenis
|
 deze God is niet puur in je geest, maar is wel op je wezen betrokken, en omgekeerd
|
 deze God is niet puur verheven boven de werkelijkheid, maar is een werkelijkheid betrokken op alles wat een ziel heeft
|
 er is alleen God in de concreetheid:
|
 in het handelen
|
 in de geschiedenis
|
 "De zin ten leven wordt gevonden, waar men er met de inzet van de eigen persoon bij is betrokken dat zij zich openbaart"
|
 Godsverduistering, pagina 41
|
 er is geen God los van de ziel
|
 Buber citeert Confucius:
|
 ik mor niet tegen God en wrok niet tegen de mensen. Ik vors hier beneden na, maar dring door naar boven. Hij, die mij kent, is God"
|
 Godsverduistering, pagina 43
|
 een haat-liefde verhouding met God is normaal
|
 het begint met de vreze des Heren
|
 Buber citeert Whitehead
|
 religie is de overgang van God als leegte, naar God als vijand, naar God als metgezel
|
 Godsverduistering, pagina 42
|
 Nog even terug naar de twee soorten relaties
|
 De grondstructuur van de mens
|
 "de werkelijkheid is voor de mens òf partner òf object. De mens kan de werkelijkheid ontmoeten en beschouwen. Dit tweetal aan mogelijkheden is zeer kenmerkend voor de mens."
|
 Godsverduistering, pagina 51
|
 Van Baal in Man's Quest for Partnership merkt op dat ook de primitieve religies gaan over partnerschap: de mens als deelnemer in de werkelijkheid
|
 Het is niet zo dat de ontmoeting goed is en de beschouwing slecht.
|
 De hoogste uiting van ontmoeting is religie
|
 De hoogste uiting van beschouwing is filosofische kennis
|
 Buber verzet zich niet tegen atheïsme, voor hem is het een noodzakelijk ingredient in het volledig toegewend zijn naar de werkelijkheid.
|
 Je kunt wel stellen dat Buber hier een zienswijze uitdraagt, die een aantal zaken harmonieert die vanouds grote vijanden waren, en elkaar leken uit te sluiten
|
 polytheïstische religies, ofwel heidendom
|
 monotheïstische religies, ofwel godsdienst
|
 atheïstische religies, ofwel godloochenarij
|
 als dat geen bijdrage is aan religieuze dialoog, dan weet ik het niet meer
|
 Boeddhisme
|
 in het leven is lijden een realiteit
|
 kijk om je heen
|
 ook de typisch hindoeistische reincarnatieleer is uitzichtsloos
|
 het lijden kun je tegengaan door
|
 eerst het lijden accepteren
|
 dan inzien dat je er iets aan kunt doen
|
 dan handelen volgens je inzicht
|
 wat voor inzicht?
|
 dat jij en de werkelijkheid in wezen anders in elkaar zitten dan je geneigd bent te denken
|
 jij bent deel van de rest, de rest is deel van jou
|
 jij bestaat uit bestanddelen die niet jou zijn
|
 de wereld bestaat uit bestanddelen die niet de wereld zijn
|
 hoe kun je dit inzicht opdoen?
|
 niet door studeren, maar door mediteren
|
 je geest leeg te laten worden terwijl je je concentreert op je ademhaling
|
 in mijn persoonlijk leven
|
 je zou kunnen zeggen dat in mijn kinderjaren ik polytheïst was
|
 in mijn dromen zag ik monsters, heksen en tovenaars
|
 wat er in sprookjes verteld werd, was voor mij werkelijkheid
|
 ik geloofde in Sinterklaas
|
 toen werd ik monotheïst
|
 ik geloofde in God, in een hemel, een hel
|
 de wereld was bezield met die ene God: achter een sneeuwwitte, reusachtige cumulus wolk, kon hij zomaar tevoorschijn komen, hij hoefde alleen maar een gordijn open te trekken
|
 toen werd ik atheïst
|
 ik had altijd al een voorliefde voor wetenschap en beschouwing gehad
|
 in wetenschap zie ik een serieuzer navorsen van de werkelijkheid, en meer respect voor de waarheid dan in mijn godsdienst
|
 ik had geen intellectuele ruimte meer voor religie, en er ook geen geduld meer voor
|
 nu ben ik op weg alle stadia weer te verenigen, integreren heet dat
|
 maar dat is nog lang niet gelukt
|
 ik merk dat mijn zielskracht niet gevoed wordt door puur atheïsme
|
 ik verwelkom de primitieve kracht van het kinderlijke in mij, maar kan het nog niet goed een plaats geven
|
 ik verwelkom een kijk op de werkelijkheid als partner, maar kan nog niet geloven dat leidt tot iets waaraan je je kunt toevertrouwen
|
 ik zal nooit de beschouwing en de passie voor wetenschappelijke waarheid opgeven
|
 het lijkt erop dat het boeddhisme een ontbrekende schakel kan aanleveren
|
 Buber citeert Franz Rosenzweig: de goddelijke waarheid wil met beide handen worden aangeroepen. Wie haar aanroept met het dubbele gebed van de gelovige en van de ongelovige, hem zal zij zich niet onttrekken.
|
 tussen geloof en ongeloof
|
 Religieuze dialoog is: je verbondenheid communiceren.
|
 het gaat hierbij om dialoog tussen de godsdiensten, maar ook om de dialoog tussen geloof en ongeloof
|
 verbondenheid kan uitwendig versterkt worden
|
 symbolen
|
 clubs
|
 rituelen
|
 dogmas
|
 verbondenheid kan inwendig versterkt worden
|
 meditatie
|
 gevoel
|
 levensbeschouwing
|
 Over de uitwendige dingen kun je oeverloos doorpraten
|
 ze zijn makkelijk toegankelijk
|
 altijd eingszins karikaturaal
|
 De inwendige dingen leiden tot communicatie
|
 maar je komt er niet makkelijk bij
|
 als je erbij komt dan smelt
|
 verschil christendom - boeddhisme (Thich Nhat Hanh)
|
 verschil theïsme en atheïsme (Martin Buber)
|
 Een toepassing:
|
 wat is geneeskunde?
|
 regulier: atheïstisch, patient is object, alles is oorzaak - gevolg
|
 alternatief: theïstisch, patient is subject, alles is dialoog tussen geest en lichaam
|
 wie voelt zich exclusief thuis in het alternatieve?
|
 wie voelt zich exclusief thuis in het reguliere?
|
 wie is wel eens in een situatie waarbij hij een ander wil overtuigen om van alternatief naar regulier te gaan?
|
 wie is wel eens in een situatie waarbij hij een ander wil overtuigen om van regulier naar alternatief te gaan?
|