Proefschrift van
Palmyre Oomen.
2e herziene
druk. Uitgeverij Klement Kampen.
De tijdgrenzen lijken
mij nog niet voldoende. Het model is dat Gods handelen plaats vindt
in onze lineaire tijd. De schepping is dan een handelen waarbij iets
uit niets gemaakt wordt, de voleinding het termineren van de tijd, en
alles ertussenin is transformatie.
Er zijn andere
handelingsmetaforen waarbij de tijd van handelen geheel los
staat van de tijd van gebeuren: het maken van een boek,
toneelstuk, film of computerprogramma. De tijd van gebeuren is de
tijdlijn binnen het boek, het toneelstuk, de film, de run van het
programma.
Laten we deze handelingsmetafoor uitwerken via het
beeld van de computer, omdat je hier het meest verfijnd kunt
illustreren:
Voorbeeld: een
programma dat bijvoorbeeld het aantal woorden in een tekst telt,
speelt een spel met de data, dat in de taal van de electronica niet
zijn beste expressie vindt, maar wel in de taal van teksten: woorden,
regels, lettertekens, interpunctie, spaties. Maar de machine dat het
programma uitvoert, is wel een electronische machine. In feite is er
een hele serie van lagen in het spel: de tekst met al zijn tekens
wordt vertaald in getallen, en operaties op de tekst worden vertaald
in operaties op getallen. Dit is een basaler niveau, want geluiden en
beelden en hun operaties kunnen ook vertaald worden in getallen en
operaties daarop.
Vervolgens worden getallen vertaald in nullen en
enen, en de getalsoperaties in het schuiven met nullen en enen. Dan
vindt een geleidelijke overgang van software naard hardware plaats:
het schuiven met nullen en enen wordt vertaald naar de werking van
een onderdeel van de computer, de centrale processor, die zelf op een
meer elementair niveau nog weer programmeerbaar is. En uiteindelijk
is daar de hardware, waar we fysieke electromagnetische
verschijnselen zien die corresponderen met het schuiven met nullen en
enen.
Een belangrijk voordeel van de computermetafoor is dat zowel computerprogramma's als de werkelijkheid een gelaagde informatiestructuur bezitten.
De elementaire
deeltjes worden gekarakteriseerd door grootheden die zo abstract zijn
dat je ze het beste als informatiegrootheden kunt zien.
De
elementaire deeltjes zijn georganiseerd in grotere gehelen, die
eigenschappen hebben die in de taal van elementaire deeltjes niet hun
beste expressie vinden, maar er wel toe herleid kunnen worden. Zo is
het atoomgetal een kwaliteit van het atoom, die je bijna kunt
uitdrukken in de taal van de eigenschappen van elementaire deeltjes.
Wel hangt het atoomgetal af van diezelfde eigenschappen, maar via een
lange redenering. Hogere organisatieniveaus zoals biologische
macromoleculen spelen een spel dat je zou kunnen opvatten als een
interpretatie van een lager organisatieniveau daaronder, dat
van de organische chemie of gewone chemie. Het spel dat de macromolen
met elkaar spelen, is volgens regels die niet in de taal van de
chemie hun beste expressie vinden, hoewel de onderliggende machine,
die het spel mogelijk maakt, wel chemisch is.
Dit patroon van
lagen en de karakteristieke verhouding tussen laag en
onderlaag/bovenlaag is het punt van overeenkomst in de metafoor. Nog
even in isolatie:
bovenlaag=interpretatie van onderlaag
onderlaag=representatie van bovenlaag
bovenlaag=in staat finaliteiten/intenties van de onderlaag uit te drukken
onderlaag=in staat causaliteit van de bovenlaag uit te drukken
laag heeft meestal een dubbelrol: elke laag speelt de rol van onderlaag voor een zekere laag, en bovenlaag voor een zekere andere laag
De werking van een
computer berust op electromagnetische tegenstellingen, die
geinterpreteerd worden als nul en een.
De elementaire
rekenconcepten (getallen en hun operaties) kunnen gerepresenteerd
worden als het schuiven met nullen en enen.
Eenvoudige
operationele concepten, zoals het weergeven van geluiden, beelden,
teksten, kunnen gerepresenteerd worden in het formalisme van getallen
en hun operatie.
Moeilijke operationele concepten, zoals het
uitvoeren van business-logica, banktransacties, procesbesturing,
data-mining, etc. kunnen gerepresenteerd worden in de taal van de
eenvoudige operationele concepten.
Laten we nu eens naar
het concept van handelen kijken in een werkelijkheid die gelaagd is,
zoals beschreven in de Gelaagd universum
Er
zijn twee soorten handelen:
handelen binnen een laag
handelen binnen meerdere lagen
Handelen binnen een laag is uitvoerend handelen. Handelen binnen meerdere lagen is ontwerpend handelen.
Hier vindt een keten van gebeurtenissen plaats, die beschrijfbaar zijn binnen een laag. om de handeling te begrijpen is kennis van de bijbehorende intentie nodig, en die is formuleerbaar in diezelfde laag. Voorbeeld: het opruimen van mijn kamer (een zeldzame gebeurtenis. Mijn vrouw denkt zelfs dat dit tot het rijk der metafysica behoort, omdat mijn opruimen van mijn kamer niet tot haar ervaringswereld behoort.). Mijn intentie is: een opgeruimde kamer. Mijn handelingen zijn: het verplaatsen van spullen, totdat de kamer een bepaalde orde heeft. Dit alles is uit te drukken in termen van ruimte (de kamer), en spullen, en de operaties erop: sjouwen, verplaatsen, groeperen.
Hier vindt een keten van gebeurtenissen plaats, die als doel hebben een onderlaag zo te manipuleren dat een bovenlaag een bepaald spel kan spelen. Om de handeling te begrijpen is kennis van beide betrokken lagen nodig.