De smaak van vrijzinnig geloven

Lezing door Dirk Roorda voor de Nederlandse ProtestantenBond afdeling Veenendaal (http://www.opengeloofsgemeenschap.nl/nl/veenendaal/) op 17 februari 2008.

Er zijn drie liederen gezongen uit de bundel X-liedjes van Henk Harmsen, namelijk X23, X46 en X47.

Lied X23

1

Vrijzinnigheid, een kennismaking. Dit is de derde keer dat ik voor jullie spreek, en deze keer wil ik inzoomen op: jullie. Wie zijn jullie, wat is de NPB, wat is vrijzinnigheid? Op de website van de NPB zag ik dat die discussie onlangs weer eens gevoerd is. Is de NPB wel christelijk, wat betekent spiritualiteit, wat is het onderscheid met humanisme, hoe veelkleurig kun je zijn zonder identiteit te verliezen? Dit zijn lastige vragen, zeker voor een buitenstaander als ik zelf. Ik wil iets heel anders doen. Niet kijken wie jullie nu zijn, maar het verschijnsel vrijzinnigheid in wat groter verband zien. We nemen een helikopter view.

Wat dan al heel snel opvalt, is dat vrijzinnigheid zich met name ophoudt in het spanningsveld tussen weten en geloven. Dat lijkt haar natuurlijke habitat te zijn. Je zult dan ook dat spanningsveld enigszins moeten kennen, om te begrijpen waarom de vrijzinnigheid is zoals ze is. Heel belangrijk is ook dat de ruimte tussen weten en geloven in de laatste 400 jaar immens veranderd is. Je zou kunnen zeggen dat de vrijzinnigheid de bewuste reactie van gelovigen is op de opkomst van de wetenschap. Niet de primaire reactie, maar een enigszins verlate reactie.

Dit verhaal belicht de vrijzinnigheid in die context van denken en geloven. In hele grove streken schets ik bepaalde bewegingen in onze turbulente westerse geschiedenis, en laat ik zien waar de ruimte voor vrijzinnigheid begint te ontstaan, en hoe die ruimte in de loop van de tijd veranderd is. Om het verhaal kracht bij te zetten, haal ik er een figuur uit de begintijd bij, en iemand uit deze tijd. De eerste figuur is Taco Roorda die leefde van 1801 tot 1874, en die aan het einde van zijn leven zo helder mogelijk poogde te verwoorden wat hij geloofde en waarom. De tweede figuur is Klaas Hendrikse, die vriend en vijand op het verkeerde been zet met de bewering dat hij een atheïst is en toch de naam God met kennelijk plezier gebruikt. We zullen wat meer naar Taco luisteren, omdat hij het van andere monden moet hebben, terwijl Klaas over een paar week hier in eigen persoon gaat vertellen wat hem beweegt.

2

Als eerste poging tot orientatie op vrijzinnigheid neem ik dit boekje erbij. Het is geschreven in 1958 door B. van Gelder, leraar aan het Coornhert Lyceum in Haarlem. Kijk eens goed naar die titel: spoor zoeken, en dan naar de ondertitel in de bonte wereld van geloven en denken. Dit klinkt alvast naar vrijzinnigheid, het klinkt ruim en ondogmatisch. In het boek staat een hoofdstukje over modernisme en over de NPB. In een paar rake zinnetjes wordt het modernisme (dat later vrijzinnigheid genoemd werd) getypeerd: In de 19e eeuw kwam een nieuwe zeer belangrijke beweging op binnen het christendom: het zg. modernisme. Doordat de wetenschap op de weg van rationalisme en materialisme onverdroten voortging en anderszijds de kerk halsstarrig de oude standpunten verdedigde, was er een zeer diepe kloof ontstaan tussen geloof en wetenschap. Het modernisme is de theologische stroming die hier een bemiddelende positie wilde innemen en beide trachtte te handhaven.

Dit is een heel belangrijke typering, omdat het aangeeft waar de speelruimte ligt: ergens tussen geloven en weten. Hoe deed het modernisme dit? Het leunde sterk aan tegen de wetenschap, en onderwierp bijbel, kerk en geloof aan allerlei typen onderzoek, historisch, taalkundig. Dit ging zover dat voor de meeste andere christenen vonden dat zo het christendom van zijn inhoud werd beroofd. Er is nog een andere wortel onder het modernisme, en dat is het piëtisme, een stroming die de nadruk legt op de gevoels- en ervaringskant van het geloof. De mens was geen schaap in een kudde, maar een individu met een persoonlijke relatie met God. Het is belangrijk deze wortel ook in het oog te houden bij de verdere ontwikkeling. Want hoe ging het verder: veel modernen zagen in de kerk niet veel waarde meer, en stapten eruit. Anderen stichtten eigen kerken, of andere groepsstructuren, en eentje daarvan zijn jullie, de NPB. De meesten bleven toch in de protestantse kerk van die tijd, de Hervormde Kerk. Na 1900 kreeg men meer oog voor de kwade krachten in de wereld, en kreeg men ook meer behoefte aan verlossing en gemeenschapsgevoel. De moderne stroom vloeide geruisloos terug in de bijbelse en kerkelijke denkvormen, en nam de naam vrijzinnig aan. De historische kennis van de bijbel en de taalkundige uitleg ervan die het modernisme als vrucht heeft opgeleverd, zijn in meer of minder verdunde vorm tot de hoofdstroom van de kerk doorgedrongen en erin opgenomen.

En dan nog iets over de NPB: De Protestantenbond is geen kerk maar een interkerkelijke vereniging van vrijzinnig-gelovigen...De bond ging in vele plaatsen over tot het organiseren van eigen kerkdiensten...Het gemeenschappelijke doel is: prediking en godsdienstonderwijs in vrijzinnig christelijke geest. Er zijn zo'n 100 afdelingen met 20.000 leden. Bekend is hun mooie liederenbundel, die vaak ook in andere kerken wordt gebruikt. De bond heeft zeer veel gedaan op het gebied van zondagschoolwerk en godsdienstonderwijs; ter opleiding van leerkrachten daarvoor werd een aparte cursus met daaraan verbonden diploma ingesteld. De bond werd opgericht in 1870 in Friesland als strijdorganisatie tegenover de orthodoxie. Hij werd later veel positiever en was vaak de stuwende kracht bij de samenwerking der vrijzinnigen uit verschillende kerken.

En dan nog: De positie van de NPB is er na de kentering in het vrijzinnige denken en na de verkerkelijking van de modernen niet gemakkelijker op geworden en het schijnt dat haar invloed taant. Op vele plaatsen echter is de kerkdienst van de NPB voor de kleine minderheden nog een uitkomst.

Voor Veenendaal wil ik dat, 50 jaar later, graag beamen.

3

Ik heb even op de website van de NPB gekeken, er zijn nu 56 afdelingen, met ongeveer 4948 leden, waaronder de 20 leden in Parijs. Ofwel, vergeleken met een halve eeuw geleden: half zoveel afdelingen, en elke afdeling half zo klein.

4

Ik ben nu bijna toe aan mijn eerste voorbeeld: Taco Roorda. Maar voor het zover is, wil ik in vogelvlucht iets schetsen van de ontwikkeling in denken en geloven van zeg 500 tot zeg 1900. Dan zijn we heel dicht bij 1870, het jaar waarin Taco Roorda zich rekenschap gaf van waar hij stond in geloven en denken, en het jaar waarin de NPB is opgericht.

Zo van 500 tot 1500 had het christendom zich uitstekend gedefinieerd, zowel in denken als voelen als handelen. Het christelijk geloof omspande alles. Thomas van Aquino had het beste wetenschappelijke denken dat voorhanden was, namelijk de inzichten van de grote Aristoteles uit 400 voor Christus, geïntegreerd met de christelijke geloofsleer, waardoor de werkelijkheid een eenheid was, waargenomen en beleefd door mensen, en bijeengehouden door God. De natuurwetten waren Gods wetten. Het weten viel volledig binnen het geloven. Er was ook helemaal geen ruimte tussen denken en geloven: de leefomgeving, of habitat, of niche, waarin vrijzinnigheid zou kunnen floreren, bestond eenvoudigweg niet.

5

Copernicus wist het al: alles is inzichtelijker als niet de aarde, maar de zon in het middelpunt staat. De paus wist dat ook, en had er geen bezwaar tegen dat als rekenmodel, of als hypothese, de zon in het middelpunt stond. 100 jaar later ging Galilei met een verrekijker naar de hemel kijken. Hij zag bergen en kraters op de maan, en hij zag om Jupiter maantjes cirkelen. En hij zei: de zon staat echt in het middelpunt! Hypothese en experiment zeiden het zelfde, wetenschap was geboren. En de wetenschap zei iets anders dan de kerk. De kerk heeft geprobeerd met zijn gevestigde macht dit kleine sprietje onkruid uit te rukken, en het is niet gelukt. De wetenschap ging groeien, en groeide meteen al over de grenzen van het geloven heen.

6

De dynamiek van het conflict is bekend: de ene claim na de andere van de religies werd ontkracht. Waar de wetenschap floreerde en onstuimig bleef groeien, kalfde de religie af. Godsdiensten hadden machtige verdedigers: de kerkelijke instituten, de inrichting van de maatschappij. Over de opkomst van de wetenschap moet je ook niet licht denken. De wetenschap begon zo rond 1500 exponentieel te groeien, en is daar niet meer mee opgehouden. Omdat de aandacht van de wetenschap zich naar alle terreinen van het leven uit ging strekken, kwam het onontkoombaar in conflict met dat andere verschijnsel dat ook pretenties had voor alle aspecten van het leven: de religies. Je ziet als het ware de wetenschap zich verwijderen van het geloof, maar ook er flink in prikken. De meeste mensen in de wetenschap, waaronder de allergrootste, bleven nog wel in een God geloven, maar die God kreeg langzamerhand wel een ander karakter. Echte atheïsten waren er niet of nauwelijks, er was nog steeds een raakpunt tussen geloven en weten, maar een ruimte ertussen begon zich al wel af te tekenen. Denk aan Descartes, Spinoza, Newton. Voor hun was God niet meer de God van de Openbaring of de Bijbel, maar de God die er filosofisch gezien wel moest zijn, in of achter het bestaan.

7

De groei van de wetenschap hield niet op. Religies bleven min of meer wat ze geweest waren, behalve als ze in contact met het wetenschappelijke denken kwamen: daar sleten ze af. Zo tussen 1800 en 1900 leek de balans definitief gekeerd te zijn: het oude geloof voelt voor de vooruitstrevende wetenschappelijk denkende mensen aan als achterhaald, of bijna achterlijk. Atheïstische levensvisies worden verkondigd. De natuurkundige Laplace zei dat hij de hypothese dat er een God is niet langer nodig had. Mensen van toen die vooruitkeken, voorspelden een onontkoombaar einde van de religie, en een allesoverheersende triomf van de wetenschap. Zo aan het einde van de 19e eeuw waren geloven en denken geheel uitelkaar gegroeid. Kon je vroeger nog wetenschapper zijn en gelovige, inmiddels was dat lastig in één persoon te verenigen. En hier ontstaat dan de ruimte, of kloof tussen geloven en denken, waarin er ruimte is voor de vrijzinnige levensovertuiging. Er zijn namelijk mensen in de kerk, die bij zichzelf voelen dat ze geloven, maar die ook de wetenschap en zijn resultaten serieus nemen, en daarom een grondig onderzoek doen naar hoe het nou zit met dat geloof.

8

Taco Roorda was zo iemand. Laten we eens naar hem luisteren. en ons in hem verdiepen.

9

Hij leefde van 1801 tot 1874. Promoveerde in de theologie en werd toen predikant in Lutjegast. Daarna werd hij hoogleraar Oostersche Talen in Amsterdam, en weer later hoogleraar in Delft, nu in taal- land en volkenkunde, en later in Leiden, aan de rijksinstelling voor Indische taal-, land- en volkenkunde. Daar werden onze koloniale ambtenaren opgeleid om dienst te doen in Nederlands Indië. Naast zijn wetenschappelijke werk, interesseerde hij zich voor de filosofie, en hij schreef een aantal artikelen met titels als: Ontwikkeling van het begrip der philosophie tot inleiding in de bespiegelende wijsbegeerte op het tegenwoordig standpunt der wetenschap, en De vrijheid van de mens in de bepaling van zijn wil, een bijdrage tot de zielkunde, en Het geloof en de geloofsgronden van een modern christen, in brieven. Deze titels laten een paar dingen zien: het tegenwoordig standpunt van de wetenschap. Die wetenschap dwingt een bespiegelend mens om een en ander opnieuw te overdenken. De aandacht voor de vrije wil van de mens. Het individu werd vroeger opgeslokt door de kerk, en in de wetenschap dreigde de mens als een machine gezien te worden, wat blijft er dan nog van de mens, van zijn ziel over? Dit opstel is een prachtig voorbeeld van die bemiddelende functie tussen geloven en denken. En dan dat modern christen.

10

We zitten hier midden in het modernisme. Wat een christen gelooft, moet beargumenteerd worden, en dan niet vanuit de bijbel, maar vanuit het rationele denken --- of: het hoogsteigen menselijke gevoel. De wetenschap is in opmars, de bedenkelijke kanten ervan worden wel in de filosofie onderkend, maar zeker niet in het dagelijkse leven. Modern is een positief woord, modern was het nieuwste, er was nog geen postmodern.

Wat zegt nu zo'n Taco Roorda in zijn opstel over het geloof en de geloofsgronden van een modern christen, in 1871, een jaar nadat de NPB werd opgericht?

11

Citaat: De min of meer ouderwetse christenen zijn dezulke die van de denkbeelden waarin zij opgevoed en die hun eigen en dierbaar geworden zijn, geen afstand kunnen doen, en daarvan, zoveel zij kunnen, trachten te behouden: de modernen daarentegen zijn de meer vrijzinnigen, die, vrijer van zin of geest, ofschoon zij in dezelfde denkbeelden zijn opgevoed, daarvan toch gereder afstand kunnen doen, wanneer het hun bij onderzoek blijkt, dat die de toets der waarheid niet kunnen doorstaan en dus niet langer houdbaar zijn. Hiermee is niet gezegd dat die meer ouderwetse christenen juist antiliberalen zouden zijn. Men vindt er wel antiliberalen onder: maar over het algemeen zou men de conservatieven groot onrecht doen, indien men niet erkennen wilde dat ook zij boven alles waarheid zouden willen. Zij zijn alleen maar minder vrijzinnig. Zij menen de waarheid reeds te bezitten in hun eenmaal aangenomen geloof, en zijn aan dit geloof met zoveel liefde gehecht, dat zij alles wat daartegen wordt ingebracht, reeds terstond voor verdacht en reeds vooruit voor onwaarheid houden; zodat zij het reeds genoegzaam bestreden menen te hebben, als zij er maar enige bedenkingen tegen kunnen aanvoeren. Ook zijn die conservatieven juist geen strenge behouders van het oude geloof: veel van het orthodoxe geloof hebben zij reeds als niet meer houdbaar moeten opgeven. Zij zijn dus ook werkelijk reeds mee op de weg van de vooruitgang: zij komen alleen maar een goed eind weegs achteraan.

Ik heb gehoord dat jullie bezig zijn om bepaalde kerkelijke en bijbelse denkvormen te herinterpreteren, opnieuw te onderzoeken op hun waarde voor nu. Zoiets deed Taco Roorda toen ook, en hij kwam tot de volgende geloofsbelijdenis:

  1. ik geloof in God als het enig van zich zelf bestaande, eeuwig, oneindig wezen, dat de grond en zelfsbewuste oorzaak is van alle eindige dingen en wezens, van al wat bestaat en ontstaat, --- de overal in zijn eindeloze schepping als oneindige geest tegenwoordige en altijd scheppende schepper, in wie wij leven, ons bewegen en zijn, --- de almachtige en alwijze Albestuurder van het heelal, de Vader van zijn met zelfsbewustzijn begaafde schepselen, zijn kinderen, de mensen; op wiens wijsheid en vaderliefde ik mij in alle omstandigheden van het leven, in lief en leed, met kinderlijke ontwerping en blijmoedig vertrouwen verlaten mag.
  2. ik noem mij een Christen als volgeling van Jezus van Nazareth, door zijn volgelingen Christus genoemd, omdat in hem de vervulling gezien werd van de vrome verwachtingen van de oude Israëlitische profeten omtrent een toekomstige Messias of Christus, dat is een van God gezalfde of verkoren Verlosser en Koning, en stichter van een nieuw verbond. Hem erkent mijn verstand en mijn hart, Hem vereer ik als de grootste profeet, de ware tolk van het godsdienstig en zedelijk gevoel, door wie het eerst de ware kennis van God en de ware godsdienst geopenbaard werd. Hem geloof ik die leerde, God als onze Vader te eren, en dat het hoogste gebod het gebod der liefde is: God ons aller Vader met een kinderlijk gemoed lief te hebben boven alles, en alle onze medemensen als kinderen van dezelfde Vader, als onze broeders en zusters.
  3. Ik geloof dat de mens in dit leven zijn bestemming niet bereikt, maar dat wij in dit tegenwoordige leven door onze Schepper en Vader tot een hoger leven hier namaals, tot onze ware bestemming worden opgevoed en opgeleid.

Dit lijkt misschien voor ons nog heel bijbels en volgzaam, maar luister maar eens wat hij afwijst: dat Jezus de eniggeboren zoon van God is, dat hij voor onze zonden gestorven is, de opstanding van Christus; het laatste oordeel; de uitverkiezing, de hel, de hemel, de drieëenheid.

Verder vallen er een paar dingen op.

Punt een: Het geloof in een God als Vader is voor hem volstrekt niet problematisch. Het lijkt alsof hij een enorm basisvertrouwen heeft in een goed ontwerp van de wereld. Dat past bij het wetenschapsoptimisme van die tijd.

Punt twee: Jezus is iemand die heeft laten zien hoe je goed kunt leven. Goed is: vanuit liefde. En waarom is dat zo: dat leert ons het godsdienstig en zedelijk gevoel. Weer dat optimisme dat een mens in het algemeen uitgerust is met een innerlijk zintuig om hogere waarden op te vangen.

Punt drie: hij redt het eeuwige leven, ook weer op basis van zijn grondvertrouwen dat de wereld uit liefde en tot liefde is gemaakt.

Als je deze punten bijelkaar neemt, kun je stellen dat Taco Roorda voor zijn geloof vooral put uit het gevoel, en dat vervolgens toetst aan de wetenschap. Denkt hij dan dat ieder mens hetzelfde voelt? Nee, dit gevoel moet een mens ontwikkelen en cultiveren, terwijl hij er ook voor kan kiezen het onder te laten sneeuwen. Voor Taco is alleen dat gevoel maatgevend dat een hoge kwaliteit bereikt heeft door middel van een levenslange oefening. Ook kun je stellen, dat hij geen slaaf is van de wetenschap. Hij leidt zijn positie in het geloof niet af uit de wetenschap, maar probeert op eigen kracht een positie te ontwikkelen die zich goed verhoudt met de wetenschap, maar er ook iets heel eigens aan toevoegt.

12

In die tijd had je al echte atheïsten. Taco Roorda had zijn leven lang last van een aggressieve tegenstander: Herman Neubronner van der Tuuk. Terwijl Roorda echt een studeerkamergeleerde was, die nooit in Indië was geweest, maar op basis van geschreven werken zijn taalkundige analyses deed, was Neubronner van der Tuuk een echte veldwerker. Hij deed dan ook inzichten op die in niemands straatje pasten, en verdedigde die inzichten te vuur en te zwaard, zonder aanzien des persoons. Hij kreeg een post als bijbelvertaler van het Nederlands Bijbelgenootschap, maar dat vond hij eigenlijk maar niets. Als hij de kans krijgt, wordt hij bijbelvertaler af en gewoon taalambtenaar. Hij zou zich tot zijn opluchting nu geheel en al kunnen richten op de bestudering van het Balinees, zonder er de bijbel in te hoeven vertalen, een bezigheid die hij altijd had verfoeid, omdat de ene bezigheid nu eenmaal altijd ten koste moest gaan van de andere: Vertaalt ge naar de eischen der taal, een zendeling beschuldigt u ligt van verkrachting van God's woord. Offert ge de taal aan den Bijbel op, een taalkundige maakt er zich dik over. Hij bedankte het NBG voor het in hem gestelde vertrouwen: het blijft altijd een verdienste van het Bijbelgenootschap dat het niet te naauw op mijn rechtzinnigheid lette, en de dwaasheid niet had mij aan kant te zetten, omdat ik niet tot de heilige vaten behoor. Het handelde als een goede calvinist: mijne onheiligheid toch was gepraedestineerd. Aan een vriend schreef hij hierover: Gij weet, ik ben nu aan de ruif van het Goevernement en heb er berouw van, maar wat moest ik doen, daar mijn walg van den idioot van Nazareth met den dag aangroeide. En geen wonder, als men dagelijks makelaars in zaligheid moet zien, die gelooven dat een godsdienst, die begon met overspel en eindigde in zelfmoord, zoo voortreffelijk is. Jehova junior's gewawel werd mij zoo walgelijk, dat ik mij als een doodkistemaker beschouwde, dien men dingen bestelde, daar hij geen gebruik van maken wil. Den Bijbel te vertalen niettegenstaande men het voor een onzedelijk boek houdt, en dat, waar zooveel beters te doen is, was voor mij eene onmogelijkheid geworden.

Dit is volgens mij onversneden atheïsme, zelfs de affiniteit met de houding van geloven en vertrouwen lijkt hier geheel afwezig. Dit is wat ik een karakteratheïst zou willen noemen.

13

Het voert te ver om nu op alle geloofsgronden van Taco Roorda dieper in te gaan. Waar het mijns inziens op neer komt, is dat hij de levensoriëntatie die het christendom biedt, probeert te behouden. Daarbij ontdoet hij het van alles wat obscuur en onhelder is, waarbij de wetenschappelijke methode zorgt voor de gewenste helderheid. De bron van het geloof ligt in het goed ontwikkelde menselijke gevoel, niet in de wetenschap zelf. En zo heeft Roorda een positie voor zichzelf uitgehakt in de rotsige kloof tussen weten en geloven, en met hem deden alle vrijzinnigen dat, en uit hun gedachten en daden tezamen is onder andere de NPB voortgekomen.

Lied X46

14

Maar de tijd gaat door! In de vorige eeuw, de twintigste eeuw is er iets gebeurd, waardoor wij niet meer zo comfortabel zitten op de plaats die de vrijzinnigen hadden uitgehakt. Om kort te gaan: het optimisme is verdwenen. Wetenschap heeft zich ontpopt als een instrument voor vernietiging. In naam van ondermeer wetenschappelijke theorieën en rationeel denken heeft er een serie drama's tussen mensen plaatsgegrepen op een ongekend rampzalige schaal: twee wereldoorlogen, drie genocides: de Joden onder Hitler, de Russen onder Stalin, de Chinezen onder Mao. Weten hoort dus niet alleen bij vooruitgang, maar ook bij vernietigen. Het hele vooruitgangsgeloof is diep en diep geschokt. Tegelijkertijd blijft de langverwelkomde dood van de religies uit. Taco Roorda gebruikte het woord ouderwets, wij gebruiken nu het woord fundamentalistisch. Het lijkt of binnen alle massale religies de fundamentalisten de meest vitale, energetische stroming zijn. Geloof is niet zozeer gebaseerd op een goed ontwikkeld menselijk gevoel, maar geloof is weer mensen aan het manipuleren, aan het beheersen. Ogenschijnlijk staan fundamentalistisch geloof en wetenschap mijlenver van elkaar af, er is niets meer wat hen verbindt. Maar kijk je naar het karakter, de smaak ervan, dan zie je in beide gevallen iets totalitairs, iets beheersends, iets reducerends, iets vernietigends. En de vrijzinnigheid? Kan de vrijzinnigheid nog leven in deze habitat tussen geloven en denken? Moeilijk, dat is wel gebleken. Ook voor de vrijzinnigheid is nieuwe oriëntatie nodig.

Op de website van de NPB zag ik een aantal artikelen van mensen die volop met die heroriëntatie bezig zijn. En laten we wel wezen, niet alleen vrijzinnigen opereren in dit gat tussen geloven en denken, er is een wereld aan spiritualiteit ontstaan, gecreëerd door mensen die voor hun eigen leven een oriëntatie zoeken, die de als koud ervaren wetenschap niet kan bieden, en die het als streng ervaren fundamentalisme ook niet levert. Deze invloeden neemt de NPB ook in zich op, zodat de vraag rijst: zijn wij nog wel de opvolgers van degenen die onze beweging opstartten, en als we anders zijn, is er een verbindend element, dat ons met elkaar verbindt, en met onze voorgangers?

Het blijkt dat wetenschap, als opponent en vervanger van religie, een vacuüm slaat in het leven van de mensen, waar ze maar moeilijk mee kunnen leven. Het gaat mis op het gebied van de levensoriëntatie, zowel op individueel niveau als op volksniveau.

Door deze afkalving van het imago van de wetenschap, is de ruimte vergroot tussen geloven en weten. En deze ruimte is wel heel anders dan die in 1800! We zitten nu met christelijke kerken die nog steeds leger worden, en een wetenschap die zich nog steeds exponentieel ontwikkelt, met daartussen een gapend gat op zingevingsgebied dat veel mensen diep ervaren. Het conflict tussen geloven en weten is vrijwel verdwenen, en weinigen maken er een punt van. Beide staan eerder op postmoderne wijze naast elkaar. In 1800 was zingeving niet het grote probleem, de meesten hadden dat vanuit hun godsdienst wel meegekregen, ook al begonnen ze die intellectueel te verlaten, en ook de maatschappijinrichting was dermate star dat het ieder wel duidelijk was wat er van hem verwacht werd. Het probleem van rond 1800 was: er werden er twee soorten waarheid aangeboden: die van de godsdienst en die van de wetenschap, en deze moesten in verhouding gebracht worden.

Het ligt voor de hand dat als je als vrijzinnige je aangetrokken voelt tot die ruimte tussen geloven en weten, je nu in een schuitje zit, dat in een heel ander vaarwater zit dan in de ontstaanstijd. De voorstellen die nu gedaan worden omtrent de vrijzinnige identiteit zullen dan ook vast heel anders zijn dan toen. En ook de aantrekkingskracht van het vrijzinnige denken zal nu anders liggen dan toen.

15

Iemand die in dit krachtenveld opereert is de PKN dominee Klaas Hendrikse. Ik doel hier op zijn boek Geloven in een God die niet bestaat. Manifest van een atheïstische dominee. Hij komt hier binnenkort zelf, dus ik zal niet alles verklappen. De titel en ondertitel laten een spanning zien, dezelfde spanning tussen geloven en denken waar het in de vrijzinnigheid altijd al om gegaan is. De pool van het denken wordt hier aangeduid met atheïsme. En de pool van het geloven heet nog steeds geloven. Zoals Roorda het geloof opschoonde van alles wat obscuur was, zo doet Hendrikse dat ook. Waar Roorda God als Vader nog overhield, gaat Hendrikse een stap verder. Je zou zeggen: hij gooit God weg, maar dat is niet niet juist. Hij gooit het bestaan van God weg, God is niet meer een ding, een object, een wezen, een entiteit. Nee, God is alleen nog een proces, of, nog abstracter, een bepaalde kwaliteit van intermenselijke processen. Zoals Roorda de menselijke ziel en zijn gevoelens verdedigde tegen de wetenschap, zo verdedigt Hendrikse ook het mens-zijn tegen de ontpersoonlijkende krachten van het moderne leven. Bij het lezen van zijn boek vroeg ik me wel af of zijn gebruik van de termen God en atheïsme me niet nodeloos op het verkeerde been zetten, maar als ik daar overheen kijk, zie ik een interessante vertegenwoordiger van het vrijzinnige denken. Laat ik proberen te schetsen hoe Hendrikse bij zijn geloven in een God komt. Hier komt een onthullend citaat:

Waarom gelooft iemand? Omdat hij ergens door geraakt is. Het woord 'raakbaarheid', of 'ontroerbaarheid', geeft treffender weer dat het uiteindelijk gaat om aangeraakt te worden op de laag van het gevoel, de emoties. Raakbaarheid houdt ook kwetsbaarheid in. Als je in je gemoed wordt geraakt, ben je weerlozer dan wanneer je op je verstand wordt aangesproken.

Ik signaleer hier dat we ook hier dicht bij die ene wortel van het modernisme en de vrijzinnigheid zijn, het piëtisme, met zijn nadruk op het subjectieve gevoel. In onze postmoderne tijd lijkt deze wortel actiever dan ooit. Maar wat heeft dit met God te maken? Niet te snel, stap voor stap. Nu komt het begrip volwassen afhankelijkheid. Weer een citaat.

Als je denkt dat je je leven onder controle hebt, neem je jezelf en het leven niet serieus en loop je weg voor het kwetsbare. De richel waarover je loopt wordt dan steeds smaller, en dan wordt je vanzelf angstig: als dít maar niet gebeurt ... als iets ergs gebeurt is iets nog erger: als je altijd in de overtuiging hebt geleefd dat het jou niet zou gebeuren. ... Volwassen afhankelijkheid ziet onder ogen dat geluk, vreugde enzovoort niet of nauwelijks het resultaat zijn van eigen inspanning, maar buiten onze greep liggen. ... Dat is geen reclame voor passiviteit, maar benadrukt dat leven iets anders is dan doen.

Bij religie komen volgens mij altijd weer vier dingen om de hoek kijken: de machten buiten jou, de krachten binnen jou, het mysterie van het totale bestaan, en je bestemming binnen dat bestaan. Hendrikse schetste zojuist de machten, en iets verder komt hij bij bestemming:

Het begint bij het besef dat het niet primair gaat om wat wij doen, maar om wat het leven ons doet. Met andere woorden: dat ieder mens, al levende, op het spoor komt van wat echt bij hem hoort, wat zijn bestemming is. En het woord 'bestemming' zegt het al: je bepaalt niet zelf je route. Er zit 'stem' in, en dat zet de deur naar buiten al op een kier, of de oren al open, naar een gebied waar je het niet meer zelf voor het zeggen hebt, maar waar iets tegen jou wil worden gezegd. Zo zeggen wij ook dat het leven ons 'iets te zeggen' heeft.

Het zal niet verbazen dat in de volgende zin Hendrikse het woord God in de mond neemt. Ik denk ook dat hij hier dingen zegt die een karakteratheïst niet gauw zou zeggen, en Hendrikse moet dan ook niet veel van dat soort atheïsten hebben. Tegelijk poneert Hendrikse geen geloofsclaims die in strijd komen met de wetenschap. Die God, die bestaat niet, die God is een kenmerk van mensen wanneer hun onderlinge omgang een levenskwaliteit bereikt.

We hoorden Roorda zijn tirade houden tegen conservatieve christenen, die te weinig kritisch zijn op wat ze hebben meegekregen. Ook Hendrikse heeft zo'n tirade, bij hem luidt het:

Waarom gelooft de een wel, de ander niet, en waarom geloof jij zoals je gelooft? ... Het antwoord zit in je rugzak, in wat je gedurende je leven aan ervaring hebt opgeslagen. Toen je kind was hebben anderen er van alles ingestopt ... Toen je volwassen werd, heb je van alles uit je rugzak gekieperd. Wat bleef, was wat jij je eigen had gemaakt, wat klopte met je eigen ervaringen. Wat iemand jou nu hoort zeggen, is van jezelf. Je hebt je eigen gemaakt wat goed voor je was, en achtergelaten wat niet bij je paste.

Tot slot nog een bewering van Hendrikse waar hij raakt aan die derde component van religie: de totaliteit van het bestaan zelf. Je zou denken dat Hendrikse een horizontalist is, hij profileert zich als atheïst, dus er is geen diepere werkelijkheid achter het bestaan. God is alleen zichtbaar in de interacties tussen mensen. Maar hier gaat Hendrikse toch minder ver dan een karakteristieke atheïst, hij zegt namelijk dat het bestaan zelf een mysterie is, en dat je ook in eenzaamheid, zonder andere mensen, God kunt ervaren.

16

Terugkijkend op Roorda en Hendrikse kun je vaststellen wat er gebeurd is: terwijl Roorda nog kom aansluiten bij God als Vader en Schepper, wordt die God bij Hendrikse ook aan de kant gezet. Beide beroepen zich op het gevoelsleven in de mens voor hun conclusies. Het lijkt er heel sterk op dat mensen in Roorda's tijd anders in elkaar zaten qua religieuze gevoelens. Of moet ik zeggen: al hun rugzakken waren op een bepaalde manier gevuld, met meer God en meer respect voor ratio dan tegenwoordig.

Laten we nu het terugkijken eens proberen om te zetten in vooruitkijken. We zagen de dreigende ontaarding van religie in fundamentalisme, en van wetenschap in vernietiging. We zagen dat wederom de kloof tussen geloof en wetenschap vergroot is. Maar ook, dat de twee elkaar ontmoetten in een zekere harde, nare kwaliteit: het beheersen en overheersen. Dat maakt dat de vrijzinnigheid, als traditionele bemiddelaar tussen denken en geloven, als het ware die ruimte uitgeperst wordt. Het verbindt niet meer denken met geloven, het komt tegenover die beide te staan, een hachelijke positie.

Hoe zal het verder gaan? Het antwoord wat je daarop nu kunt verzinnen, hangt sterk af van of je optimistisch bent of pessimistisch. Als ik nu eerst het pessimistische scenario schets, dan kunnen we naar een optimistisch slot toewerken.

17

Het is mogelijk dat de religies zich verharden, dat ze bolwerken worden van intolerantie en terreur. Het is mogelijk dat de wetenschap de maatschappij steeds technocratischer doet worden. En in het slechtste geval ontmoeten de beide virussen elkaar: fundamentalisten die gepokt en gemazeld zijn in de wetenschap, en de kracht ervan voor hun eigen doelen weten te gebruiken. De zachte krachten worden machteloos, opgesloten in individuele mensen. De zachte krachten mobiliseren geen energie meer, en iedereen raakt voor onbepaalde tijd opgesloten in een alomvattend raamwerk van rationaliteit en twijfelloos geloof.

Is dit realistisch? Ja en nee. De Sovjet Unie vroeger, en Noord Korea nu laten zien dat miljoenen mensen decennia in de val kunnen raken van deze harde krachten. En wat te denken van Amerika, een bolwerk van wetenschap aan de ene kant, en van christelijk fundamentalisme aan de andere kant? Een land met een hard economisch systeem. Het spant erom welke kant dat opgaat. Toch is deze benauwende omarming van beheersende wetenschap en beheersend fundamentalisme, bekeken op wereldschaal en in wereldtijd, niet het overheersende patroon gebleken.

18

Ik denk inderdaad dat een optimistischer scenario realistischer is. Ik weet niet precies wat voor site dit is, of dit moslimfundamentalisten zijn, maar het feit dat Taco Roorda op een Arabische site pontificaal genoemd wordt, geeft mij hoop dat de verbindende krachten het zullen winnen.

19

Je ziet namelijk ook binnen en buiten de gevestigde religies een grote hang naar een levensoriëntatie die haaks staat op alle overwegingen die puur rationeel, technocratisch of economisch zijn. Je ziet ook dat heel veel wetenschap een speerpunt krijgt richting het oplossen van de grote menselijke problemen, rond milieu, armoede, honger en oorlog. In het hele verhaal is namelijk de wetenschap door blijven gaan met zich explosief te ontwikkelen. De onderwerpen die horen bij de zachte krachten beginnen nu ook voor de wetenschap interessant en hanteerbaar te worden. Ik bedoel de menselijke geest, de ontwikkeling van de menselijke cultuur. Het karakter van de wetenschap verandert erdoor. Tussen religies die erin slagen werkelijk liefde als levensoriëntatie uit te dragen, en wetenschap die zich dienstbaar opstelt aan wat mensen nodig hebben, is een ruime mate van verbinding mogelijk. Waar bij Taco Roorda de verbinding vol spanning was, een dunne draad tussen twee werelden, hebben we hier twee werelden die in elkaar gaan overvloeien, met heel veel grensverkeer. Het zou kunnen zijn dat in zo'n wereld er niet meer een aparte beweging nodig is om geloven en weten met elkaar te verbinden. Dan is de cirkel rond, en zijn we in de nieuwe middeleeuwen, waar er ook geen spanning was tussen geloven en weten. Maar voorlopig proef ik een nieuwe elan in vrijzinnigheid, en ook een nieuwe energie. Die energie voel ik in een lied dat we zo gaan zingen. Het is kennelijk niet voor het eerst dat de NPB van zich laat spreken door een liedbundel. Moge de volgende de energie van het geloven van deze tijd een stem geven!

Lied X47