Over wat voor dingen hebben we het als we het over God hebben
een andere versie staat op de OpenGeloofsGemeenschapsSite.
Dienst 13 maart 2005
Over de collecte en andere dingen in die week Jan, hij verteld ook iets over Dirk en zijn achtergronden
Jan spreekt de zinnen 1 en 3 uit en Rinie van der Leer de nummers 2 en 4
het licht van de bliksem staat voor de kracht van de natuur
het licht in je ogen staat voor de kracht van je geest
het licht van de sterren staat voor het heelal waar alles gebeurt
het licht van deze kaars staat voor de bestemming van ons leven
Ik weet niet welke kracht mij brengt op deze plaats
ik weet niet welke kracht mijn breekbaar leven draagt
en hoe, met welke naam ik haar bekleden zal
het einde van de tijd, de oorsprong van het al
zij, die de reiziger zijn pas versnellen doet
ruim voor het onweer hem luid donderend begroet,
maakt dat een stervende, voordat de dood hem haalt
zo vol van leven en zo vol van schoonheid straalt
Ik weet niet welke kracht ons brengt op deze plaats
ik weet niet welke kracht ons breekbaar leven draagt
meer dan een voorgevoel, maar niemand die haar ziet,
wij ondergaan haar als ons eigen levenslied
In het begin was het woord en het woord was bij god en het woord was god.
Alles is door hem geworden, en zonder hem is niets geworden wat geworden is.
In hem was leven en dat leven was het licht der mensen.
En het licht scheen in de duisternis, maar de duisternis nam het niet aan.
Eens, zei de rabbi, heb ik mij afgevraagd of wij werkelijk nodig zijn.
hoe bedoel je dat? Of er werkelijk gemeenten en leiders van gemeenten moeten bestaan. Of het niet voldoende zou zijn dat er enkel heilige boeken waren.
Maar zo gaat dat niet. Omdat mensen zijn zoals ze zijn. En nog meer omdat god
het er niet allen om gaat wat wij doen en nalaten, maar ook om hoe wat doen wat wij doen. En dat staat niet in de boeken.
Dezer dagen wordt veel gesproken over God, goden, religie en spiritualiteit. Daarbij lijkt het of met de hoeveelheid gepraat ook de hoeveelheid verwarring toeneemt.
We kennen allemaal wel een aantal gevestigde godsdiensten, de een van meer nabij dan de ander. Velen zijn hebben zich van zoÕn godsdienst losgemaakt, en velen hebben er nooit wat mee gehad.
Aan de andere kant uiten veel mensen zich over hun spiritualiteit, en worden dan begrepen, en soms vereerd door hun medestanders. Tegelijk worden ze genegeerd of soms verguisd door sceptici.
Waar gaan wij nu over praten? Over die gevestigde godsdiensten? Over vormen van spiritualiteit? Dan praten we over dingen die we of zelf niet meer beleven, of over dingen die vaak te vaag zijn om er redelijk over te kunnen praten.
De vraag wordt klemmender: waar praten we eigenlijk over als we het over religie hebben?
Wat is eigenlijk religie? Welke ervaringen mag je religieus noemen? Wat of wie zijn God, goden, geesten? We zoeken naar een open antwoord, waarmee we ook nieuwe verschijnselen kunnen behappen.
Laten we voorop stellen dat religie iets is in het mensenleven dat intense emoties kan oproepen, grondige overtuigingen kan cultiveren, extreme daden kan uitlokken. Net zoals seks bijvoorbeeld, maar religie is geen seks, althans niet alle religies zijn dat.
Een beetje hobbyen met symbolen, onbestemde gevoelens ventileren, vrijblijvend praten over geesten is geen religie, want religie heeft altijd diepgang in mensen.
Religie is het antwoord van mensen op hun bestaan. Dat is exisitentieel in letterlijke zin. Mensen lijden, genieten, strijden, verliezen, zaaien, oogsten, rusten, zwoegen, denken en voelen een leven lang. Dit doen ze met bewustzijn, met emoties, met karakter, dat zich in dat leven zelf mee ontwikkelt. Mensen geven zich rekenschap van hun leven, ze verwerken hun emoties. Deze rekenschap en verwerking is de grondstof van alle religies.
Als mensen met hun eigen bestaan worden geconfronteerd, zie je steeds weer vier dingen die ze op bijzondere wijze aan het verwerken zijn:
Machten zijn de dingen buiten de mens waaraan hij onderworpen is. De natuurkrachten zoals zon, maan en sterren, die hun regelmaat hebben in de rampen, zoals overstromingen, aardbevingen, vulkaan uitbarstingen, kometen en sterexplosies. Het gaat nooit om de macht om zich, maar altijd in relatie tot mij: Waarom treft deze aardbeving mij? Waarom treft deze hongersnood ons volk? Betekent deze komeet voor of tegenspoed voor ons?
Krachten bestaan in de mens. het gaat om bewuste zaken zoals lichaamskracht en wijsheid, maar ook onbewuste, zoals vermogens om te genezen, vruchtbaarheid. Ongrijpbare krachten, zoals gezondheid en ziekte, toekomst voorspellen, de emoties.
Wat is het geheel van dingen waar ik deel van uitmaak? We maken deel uit van meerdere gehelen, het lichaam-ziel-geest geheel, het stam-dorp-stad-volk-maatschappij geheel, het historisch geheel van opeenvolgende generaties, het geheel van sterren en planeten, het geheel van tradities in denken en handelen. Al deze gehelen roepen het gevoel wakker van een oergeheel, het al, waar we mysterieus aan deelhebben. Het omvat de machten en de krachten. We raken er niet over uitgemijmerd.
Waar kom ik vandaan, waaron ben ik hier, waar ga ik naar toe?
In het heelal, temidden van de mysteries, wat is daar mijn weg? Waar kom ik vandaan? Waarom ben ik er? Wat is mijn plicht? Aan wie moet ik offeren, welke bestemming moet ik volgen? En tenslotte: waar ga ik naar heen als ik sterf?
Ook wij hebben machten om ons en krachten in ons. Ook wij hebben een besef van de totaliteit van de dingen, en een gevoel over onze bestemming. Maar al deze grondstoffen zijn aantoonbaar anders dan een eeuw geleden. Daarmee zijn de religieuze vormen die wij daar nu, halfbewust, uit aan het smeden zijn, anders dan die van 100 jaar geleden. Zelfs als we dezelfde vormen zouden lenen, zouden we ze met een ander existentieel gevoel bekleden dan de mensen toen. Vaak is het gevoel van toen niet meer te reproduceren door ons, helemaal niet als je naar de echt oude heidense godsdiensten van de wereld kijkt.
hier is een korte onderbreking met muziek, met zeer korte inleiding
Stef Bos, een artiest uit Veenendaal, zei laatst in een interview.
En God...
ik weet het niet hoor. Als god al zou bestaan hebben we het hier toch over een opperwezen van metafysische grootheid---iets wat je gewaar wordt als je in een diep donker bos gaat staan. Als je jezelf klein voelt, besef je hoe kwetsbaar je bent en weet je dat je op een dag dood zult gaan. Dat gevoel probeer je vorm te geven, daar wil je iets tegenover stellen. Ik doe dat in het theater. Ik probeer iedere avond weer het ongrijpbare te vangen, in woorden, in muziek. Soms lukt het heel even, dan gebeurt er iets in de zaal. Magie, ontroering. Dat gevoel komt het dichts bij een godsbesef, overdonderend, je ziet het niet aankomen. Het is er voor je verstand het heeft kunnen bevatten.
-en even verder, in antwoord op iemand met een heel vastomlijnd geloof-
Mariana, jij weet kennelijk hoe het zit. Ik weet dat niet. Maar zou het niet zo kunnen zijn dat ik daarin rust vind in mijn leven? Dat ik sterf met de gedacht het niet te weten. Het enige verschil tussen jou en mij is dat jij het een naampje hebt durven geven en ik niet.
Dit maakt duidelijk dat de religie die voor ons actueel is, die ons existentieel raakt, nog niet uitgekristalliseerd is. We zijn ons van de nieuwe vormen nog niet bewust, we herkennen ze al helemaal niet als religie, omdat we bij religie toch altijd weer aan die oude bekende vormen denken.
Laten we eens als oefening de grondstoffen van deze tijd gaan opzoeken: de machten, de krachten, de totaliteit, de bestemming.
de vraag klinkt: waarom overkomt mij dit? Waar deze vraag klinkt, worden machten aangeroepen, bezworen, of opgezocht.
Nu we ons immuun hebben gemaakt voor veel fysiek ongemak, zijn de natuurkrachten niet meer zo overdonderend voor ons. Maar misschien geeft de huidige complexe en globale economie ons wel vergelijkbare gevoelens van onmacht.
En: we brengen offers aan de economie god zonder dat we er rationeel voor gekozen hebben. Als dat geen religie is ...
de vraag klinkt: wat kan ik, wat is mijn waarde? Vroeger was fysieke vruchtbaarheid veel belangrijker dan nu. Nu is bij ons in het Westen zelfredzaamheid een vanzelfsprekende eis. Waarom is jezelf kunnen helpen belangrijker dan elkaar kunnen helpen? Waar komt dat vandaan? Ook deze keuze is niet echt rationeel, maar zeer ingrijpend. Religie!
de vraag klinkt: in welke wereld leef ik, hoe ziet het heelal eruit, en hoe lang bestaat het al, en door welke kracht bestaat het? Vroeger haalden we het antwoord uit de bijbel of andere oerteksten. Nu uit de wetenschap. De wetenschap heeft ons wereldbeeld veranderd op een manier die niet eerder in de wereldgeschiedenis is voorgekomen. Alleen dit al maakt dat we nooit meer hetzelfde zullen kunnen geloven als onze voorouders.
Stel de vraag: waar leef ik voor, waar sterf ik voor. Minder dan honderd jaar geleden waren hele mensenmassaÕs in West-Europa bereid te sterven voor hun vaderland. Ze leefden om hun gezin een betere toekomst in te dragen. Dat sterven voor iets abstracts als een vaderland doen we niet meer. We leven niet echt meer voor een betere toekomst van anderen. We willen zelf genieten. En we ervaren een leegte. Bestemming is zeer problematisch geworden.
Wijs: Psalm 68
Jij die voor alle namen wijkt,
geen weg die in jouw verte reikt,
geen woord kan jou aanbidden.
Jij die niet hoogverheven troont,
licht dat in nacht en wolken woont
een dode in ons midden
Jij komt, wij weten dag nog uur,
jij gaat voorbij, een dovend vuur
een stilte in de bomen.
Roepend van ver, stem van dichtbij
niet overal, niet hier ben jij
niet god die wij ons dromen.
Hier proberen we een vorm te vinden waarmee de mensen met dit thema omgaan. Bijvoorbeeld, door in groepen een uitdrukking te vinden over een pool van religieus besef. Bijvoorbeeld 4 groepen die omgaan met de vier polen.
De 4 groepen gaan zich bij de symbolen gaan opstellen en proberen een hedendaagse beleving van die pool op te sporen, en het religieuze karakter ervan aan te geven. Denk aan:
Roepende stilte, verre stem
als jij bestaat, besta in hen
in mensen in ons midden
Wees onbestaanbaar, ongehoord
besta in mij onvindbaar woord
niet god die wij aanbidden
Jij die mij kent, jij die mij boeit
ik die jou jij noem onvermoeid
en nog niet kan vergeten.
Zouden wij ik-en-niemand zijn
ontheemd ontkend ontroostbaar zijn
en van elkaar niet weten.
Als je je nou eens alleen maar richt op het mooi maken van jullie geloofsgemeenschap, dan zou er schoonheid van uitstralen zonder dat je ervoor hoeft te ploeteren.
Nooit zal mensenwerk gelukken, als wij niet denken aan de zielen, wie het ons gegeven is bij te staan. Wij kunnen niet meehelpen aan de komst der verlossing wanneer niet leven leven verlost.
In wezen is het verhaaltje over de rabbi verbonden met de slotwoorden. Religie is mensenwerk, van en voor mensen. De rabbi drukt dit uit. Het verlossen van leven is een zaak van religieuze dimensie, waar machten, krachten, totaliteit en bestemming samenkomen.
Zien zoals de zon schittert
zien zoals een bloem zich opent
zien, kon ik toch zien zoals de wind
fluistert in de avond
luister! ontwaken en waarheid is zien
veel te laat kreeg ik je lief
schoonheid oud en toch zo nieuw
veel te laat ontdekte ik zien